Dat je er als docent kleurloos bij loopt, niks mis mee.
Sommigen kunnen dat niet eens helpen want dat is nu eenmaal hun biologische opmaak.

Anderen opteren er bewust voor, bijvoorbeeld om strategische redenen.
Prima. Zo voorkomen ze gedonder in de tent. Opvallen doen ze niet. Over hen wordt er niet geklaagd. Ze trappen op niemands lange tenen.
Ze doen geruisloos en onzichtbaar hun ding, samen met elf anderen van het dozijnenteam.
Met zo’n team win je natuurlijk wedstrijden. Je kunt er best veel mee winnen ook maar het kampioenschap? Nee!

Anderzijds kun je een docent van kleur zijn. Omdat je mét kleur eruit gepoept bent.
Of omdat je ervoor gekozen hebt. Je wilt het verschil maken. Je vindt het oké dat je ánders bent. Je wilt het ongelijkheidsevangelie met verve uitdragen.
Want “Alle mensen zijn ongelijk”, verkondigde wijlen Hans Galjaard, “hoogleraar humane genetica, arts en onderzoeker” altijd en overal al.

Dat mensen ongelijk en dus verschillend zijn, is een wetmatigheid, precies zoals de werking van zwaartekracht dat is.

Anders-zijn, verschillend-zijn, ongelijk-zijn, zou geen probleem mogen zijn. Integendeel: het zou gevierd moeten worden!
Verschillen brengen juist leven in de brouwerij. Kijk maar hoeveel keuzes er zijn in de supermarkt. Mik je een huismerkproduct in je mand of kar of toch liever een A-merkartikel?
Kies je in de autoshowroom voor een japanner of chinees? Met elektrische of brandstofaandrijving? En welke keur? Speelt je maatschappijvisie een rol?
En wat te denken van je partnerkeuze? Ben je gelovig of niet?

Beken kleur, zelfs als je kleurloos van geboorte bent. Maak het verschil. Wees een goede docent én goed docent.
Dan mag je met recht de eretitel “onderWIJS-er” dragen!

“Een onderWIJS-er is een lesgever van wie een oud-leerling zich, ook na tig jaren, nog die ene uitleg, opmerking of dat ene schouderklopje, als de dag van gisteren kan herinneren”.